Met het WK net achter de rug kwam ik onlangs weer eens terecht in een discussie over de beruchte strafschoppen. Aan de ene kant van de discussie bevonden zich verstokte voetballers (diezelfde voetballers die niet aan de videobeelden willen, omdat dat ten kosten zou gaan van de charme van een miljoenensport), aan de andere kant coaches van chronisch onderbelichte en dus minder belangrijke sporten. Inzet van de discussie: de trainbaarheid van strafschoppen.
Ik vind het altijd moeilijk om een dergelijke discussie te voeren, omdat de uitkomst steevast hetzelfde is: hoeveel argumenten iemand ook aandraagt vóór de trainbaarheid van strafschoppen, op een gegeven moment komt altijd dezelfde dooddoener. “Je kan niet trainen op de druk van een vol stadion.” Deze opmerking wordt dan gezien als het universele tegen-argument, waarmee de discussie ten einde is. Voetballers hoeven volgens deze redenatie niet te trainen op het nemen van strafschoppen, want dat heeft toch geen zin. Wat dat betreft is er een duidelijke analogie met het geloof te herkennen, want tja, “dat noemen ze nou geloof.” Ik vind het eerder een zwaktebod.
Ik vind het tegen-argument een belediging voor alle trainers en coaches en het teken dat iemand vooral zijn eigen sport niet serieus neemt. In iedere sport heb je te maken met controleerbare versus oncontroleerbare factoren. De truuk is, om je alleen maar op de controleerbare factoren te focussen. Daar kun je namelijk als sporter zelf wat aan doen. Al het andere is verpilling van (kostbare) energie en tijd. Het is niet voor niks dat bij toernooien de uitspraak: “ach, ik zie wel tegen wie we hierna moeten spelen, om kampioen te worden moeten we van iedereen kunnen winnen” als zelfverzekerd wordt gezien. Het is het teken van de ultieme focus op de controleerbare factoren. Het is ook niet voor niks dat teams vaak ten onder gaan op het moment dat ze proberen oncontroleerbare factoren alsnog te controleren. Wat overblijft is dan vooral een erg machteloos gevoel en een slecht excuus.
Maar goed, terug naar de strafschop. Zoals eigenlijk elk probleem bestaat de strafschop uit een controleerbaar deel (techniek) en een oncontroleerbaar deel (een keeper). Er is inmiddels wetenschappelijk aangetoond welke strafschop het best genomen kan worden, om tot een succesvol resultaat te komen. Dat is een typisch voorbeeld van een controleerbare factor. Als je als voetballer de bal met redelijke snelheid in de linkerbovenhoek jaagt, scoor je eigenlijk altijd, ongeacht wat de keeper doet. Door de controleerbare factor tot in perfectie te beheersen, kun je de invloed van oncontroleerbare factoren verkleinen of zelfs helemaal wegnemen.
Hetzelfde geldt dus ook voor druk. Het getuigt van weinig inlevingsvermogen om te stellen dat dit een zuiver oncontroleerbare factor is. In talloze assesments, militaire trainingen, pilotenopleidingen, politie-opleidingen, market-maker trainingen en specialistische medische opleidingen gebeurt namelijk nagenoeg niet anders. Door tientallen, misschien wel honderden simulatietrainingen te houden, worden heel veel mensen vrijwel dagelijks met druk geconfronteerd. Het resultaat is tweeledig: enerzijds vallen diegenen die niet tegen de druk bestand zijn dikwijls af, anderzijds leren alle anderen goed met de factor druk om te gaan. Hiermee is de factor druk controleerbaar geworden. Gelukkig maar, voor iedereen die regelmatig in een vliegtuig stapt of wel eens een chirurgische ingreep heeft gehad…
Wat kunnen we nu in algemene leren van het bovenstaande? Problemen bestaan eigenlijk altijd uit twee delen, een controleerbaar en een oncontroleerbaar deel. Hoe groter het controleerbare deel van het probleem, hoe eenvoudiger het probleem is op te lossen, maar hoe meer moeite (trainingen, opleidingen, etc!) je er doorgaans voor moet doen. Het oplossen van een probleem heeft dus voornamelijk te maken met twee zaken: analyse en inzet. Analyse is noodzakelijk om te onderkennen welk deel van het probleem je zelf in de hand hebt en vooral ook welk deel van het probleem je moet laten voor wat het is. Let hierbij op, er zijn vaak meer factoren controleerbaar dan je op het eerste gezicht zou denken. Succesvolle ondernemers bewijzen keer op keer dat een schijnbaar oncontroleerbare factor als ‘marktvraag’ best goed te controleren is. Inzet is nodig om vervolgens de controleerbare factor tot in perfectie te kunnen sturen. Laat je zo min mogelijk afleiden door de oncontroleerbare factoren. Het zijn eenvoudige excuses, maar je schiet er als mens helemaal niets mee op.
Of, om voor de laatste keer op die beruchte strafschoppen terug te komen, een prachtige uitspraak van Toon Gerbrands: “Als een strafschoppenserie een loterij is, moet je gewoon zorgen dat je meer lootjes koopt!” Rode kaarten zijn in dit geval duidelijk geen lootjes…